Ambulanciers van nieuwe hulpverleningszones krijgen eigen administratief statuut

De vrijwillige en de beroepsambulanciers van de nieuwe hulpverleningszones krijgen een afzonderlijk administratief statuut. Dat nieuwe statuut geldt enkel voor ambulanciers die geen brandweerman zijn. Brandweermannen hebben een ander statuut.
Hulpverleningszones
Op 1 januari 2015 gaan de nieuwe hulpverleningszones van start. Er zijn er 34. De brandweer is vanaf dan niet meer op gemeentelijk maar wel op zonaal niveau georganiseerd. Dit heeft gevolgen voor het personeel.
Opname in operationeel personeel
De vrijwillige en de beroepsambulanciers houden zich bezig met de dringende medische hulpverlening met een ambulance. Daarom heeft de wetgever beslist om ze onder te brengen bij het operationeel personeel van de hulpverleningszone. Daarin zitten ook de brandweerlui. Tot nu behoorden de ambulanciers tot het administratief en technisch personeel van de gemeentelijke brandweerdiensten.
Administratief statuut ambulanciers
Voor de brandweerlui van de hulpverleningszones is al een administratief statuut uitgewerkt. Nu komt er ook een voor de andere leden van het operationeel personeel: de ambulanciers van de hulpverleningszones die geen brandweerman zijn.
Een groot deel van het administratief statuut van de ambulanciers is identiek aan dat van de brandweerlieden. Het gaat om:
de rechten en plichten (boek 2);
de onverenigbaarheden en de cumulatie van beroepsactiviteiten (boek 3);
de loopbaan (met enkele uitzonderingen) (boek 5);
de evaluatie (boek 7);
de organisatie van de diensttijd van de vrijwillige personeelsleden (boek 8);
de administratieve standen, afwezigheden en verloven (boek 9);
de tuchtregeling (boek 10);
de alcohol- of drugstest (boek 11);
de schorsing in het belang van de dienst (boek 12); en
de verzekering van het vrijwilligerspersoneel (boek 13).
Maar voor het overige valt het ambulancepersoneel onder eigen regels, los van die voor de brandweermannen. Zij gaan over
hun aanwerving, de aanwervingsstage en de benoeming;
de bevordering door verhoging in graad;
hun opleiding; en
de beëindiging van hun ambt.
Voor vrijwillige en beroepsambulanciers
Het administratief statuut van de ambulanciers is volledig van toepassing op de beroepsambulanciers. Het geldt ook voor de vrijwillige ambulanciers, tenzij het anders staat in het statuut.
Vacature
De zoneraad beslist zelf hoe hij een vacature invult: via aanwerving, via mobiliteit of door professionalisering.
Aanwerving
Het ambulancepersoneel wordt altijd aangeworven in de graad van hulpverlener-ambulancier.
Bij elke aanwervingsvacature is de zoneraad verplicht om een oproep tot kandidaten bekend te maken. Anders is de aanwervingsprocedure nietig. Bekendmaking gebeurt op de website van de zone en op de websites van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid en van de VDAB.
Een kandidaat kan pas aangeworven worden als hij geslaagd is voor een vergelijkend examen en een eliminerend medisch onderzoek heeft ondergaan.
Het vergelijkend examen bestaat in principe uit een interview, maar kan aangevuld worden met een bijkomende proef.
Alle geslaagde kandidaten komen in een wervingsreserve. Die blijft twee jaar geldig. Maar ze kan met twee jaar verlengd worden.
Aanwervingsstage
De zoneraad laat de kandidaten uit de wervingsreserve toe tot de aanwervingsstage volgens de rangschikking die uit de zonale proeven is gekomen.
De aanwervingsstage start met een opleiding tot ambulancier en eindigt een jaar na het behalen van dat brevet. Voor stagiairs die het brevet van ambulancier al hebben bij hun indiensttreding duurt de stage een jaar.
De stage verloopt onder leiding van een stagebegeleider. Hij houdt bij welke opleidingen de stagiair volgt en zorgt ervoor dat die enkel meedoet aan operaties als zijn theoretische en praktische opleiding dat toelaat.
De totale stageperiode kan voor de beroepsstagiair niet langer duren dan twee jaar. Voor de vrijwillige stagiair niet langer dan drie jaar. Afwezigheidsperiodes kunnen de stageduur wel verlengen.
Evaluatie
Om de drie maanden en ook op het einde van de aanwervingsstage maakt de stagebeleider een stageverslag op. In de tussentijdse stageverslagen kan hij een beoordeling ‘gunstig’, ‘te verbeteren’ of ‘ongunstig’ toekennen. Hij wijst op aandachtspunten en reikt mogelijke oplossingen aan.
Op het einde van de aanwervingsstage komt er een samenvattend eindverslag over de manier waarop de stagiair functioneert. De stagebegeleider kan drie zaken voorstellen: een benoeming, het ontslag of de verlenging van de stage voor een duur van ten hoogste twee keer zes maanden. In die laatste twee gevallen kan de stagiair voor advies over zijn dossier naar de stagecommisie voor de evaluatie van de stagiairs-ambulanciers trekken. De zoneraad neemt zijn beslissing op basis van het verslag van de stagebegeleider en het advies van de stagecommissie. Wijkt hij af van het advies van de commissie, dan moet hij dat motiveren.
De stagiair die wegens een negatieve evaluatie ontslagen wordt krijgt een opzegvergoeding: drie keer de gemiddelde maandelijkse bezoldiging van de laatste twaalf maanden. Premies en toelagen tellen niet mee.
Let op. Bij een zware fout kan de stagiair zonder opzegging ontslagen worden.
Benoeming
Om benoemd te kunnen worden moet de stagiair op het einde van de aanwervingsstage drie zaken kunnen voorleggen: het brevet van ambulancier, een geldige 100-badge en een bewijs van medische geschiktheid om mensen met een ambulance te vervoeren.
Het is de zoneraad die de stagiair benoemt. Een beroepsstagiair wordt vast benoemd, een vrijwillige stagiair voor zes jaar. Zijn benoeming wordt – na advies van de commandant – stilzwijgend vernieuwd voor nieuwe periodes van zes jaar. Stelt de commandant voor om de benoeming niet te verlengen, dan kan de ambulancier gehoord worden door de zoneraad. Pas daarna volgt een definitieve beslissing.
Bevordering
De ambulanciers krijgen verschillende bevorderingsmogelijkheden.
Voor de administratieve loopbaan gaat het om de bevordering door verhoging in graad en de bevordering door mobiliteit. Voor die laatste gelden de regels die ook voor de brandweerlieden gelden.
Voor de geldelijke loopbaan gaat het om de bevordering in weddenschaal. Die zijn terug te vinden in de nieuwe bezoldigingsregeling voor de ambulanciers.
Bevordering door verhoging in graad
De ambulanciers hebben eigen regels voor de bevordering door verhoging in graad, los van die voor de brandweermannen. Zij gelden enkel voor de bevordering in de zone waar het personeelslid al werkt.
Hulpverleners-ambulanciers kunnen bevorderd worden tot de graad van coördinator hulpverlener-ambulancier. Drie voorwaarden:
vijf jaar graadanciënniteit als hulpverlener-ambulancier. Of drie jaar mits ze een diploma van verpleger hebben. De duur van de aanwervingsstage telt niet mee in de anciënniteitsberekening;
‘voldoende’ hebben gekregen bij de laatste evaluatie; en
geslaagd zijn voor de bevorderingsproef.
De bevorderingsproef bestaat uit geschiktheidstesten, waaronder één praktische proef. De examenjury stelt per zone een rangschikking van kandidaten op. De raad is hierdoor gebonden voor de bevordering of de toelating tot de bevorderingsstage.
Bevorderingsstage
De hulpverlener-ambulancier die bevorderd is tot de graad van coördinator hulpverlener-ambulancier volgt een bevorderingsstage. Zij duurt zes maanden. Zijn stagebegeleider evalueert hem om de drie maanden (‘voldoende’, ‘te verbeteren’ of ‘onvoldoende’) en op het einde van de stage.
Op het einde kan hij voorstellen om de bevordering te bevestigen, niet te bevestigen of de bevorderingsstage te verlengen voor een duur van ten hoogste twee keer zes maanden. In die laatste twee gevallen kan de stagiair zijn geval voor advies voorleggen aan de stagecomissie voor de beoordeling van stagiairs in de bevorderingsgraad. De zoneraad houdt in zijn beslissing over de bevordering rekening met het eindeverslag en het advies. Wijkt hij van het advies af, dan moet hij dat motiveren.
Opleiding
Voor wat de opleiding en de permanente vorming van het ambulancepersoneel betreft, verwijst het nieuwe statuut naar de regels uit het KB van 13 februari 1998 over de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers.
Einde
Het ambt van het ambulancepersoneel kan op verschillende manieren eindigen:
ontslag wegens een negatieve evaluatie tijdens de aanwervingsstage;
ontslag van ambtswege;
afzetting;
vrijwillig ontslag;
eervol ontslag; en
overlijden.
Voor het beroepspersoneel komt daar nog de definitieve ongeschiktheidsverklaring bij waarbij geen werdertewerkstelling mogelijk is. Voor het vrijwillig ambulancepersoneel de niet hernieuwing van de benoeming.
Ontslag van ambtswege kan enkel in strikt omschreven gevallen. Bijvoorbeeld wanneer het personeelslid twee keer ‘onvoldoende’ krijgt in een periode van drie jaar of niet de volledige jaarlijkse permanente vorming volgt.
Vrijwillig ontslag kan altijd gegeven worden. Maar wel met een opzegtermijn van dertig dagen. Een kortere termijn kan in onderling overleg. Het beroepspersoneel kan bij vrijwillig ontslag vragen om aangeworven te worden als vrijwillig personeelslid in dezelfde graad.
Eervol ontslag wordt ofwel ambtshalve ofwel op vraag van het personeelslid gegeven. Die kan het bv. vragen bij minstens twintig dienstjaren.
Overgangsregels
Het nieuwe besluit voorziet in een ganse reeks overgangsregels. Zij gaan onder meer over de graden, de verlofregeling, de anciënniteitsberekening, de overuren en de tuchtprocedures.
Wij lichten er de overgangsregeling voor de graden uit.
De hulpverlener-ambulancier en de ambulancier van de brandweerdiensten krijgen bij hun overdracht naar de hulpverleningszone allemaal de graad van hulpverlener-ambulancier. De coördinator-ambulancier krijgt de graad van coördinator hulpverlener-ambulancier. Hetzelfde geldt voor de verpleegkundige-ambulancier (met of zonder bijzondere beroepstitel ‘intensieve zorg en spoed’) en de hoofdverpleegkundige-ambulancier.
De eerste evalatiecyclus start op de datum van de overdracht naar de zone.
Inwerkingtreding
Het nieuw administratief statuut treedt in werking op 1 januari 2015. Dag waarop de nieuwe hulpverleningszones van start gaan. Voor prezones die hun overgang naar de hulpverleningszones uitstellen, treedt het nieuwe statuut voor de ambulanciers in werking op het moment dat de brandweerdienst in de hulpverleningszone is geïntegreerd. En ten laatste op 1 januari 2016.

Koninklijk besluit van 23 augustus 2014 betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is, BS 22 oktober 2014

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid