Arbeider maakt dodelijke val: werkgever voor de rechtbank

Een aannemer staat terecht voor de correctionele rechtbank van Namen wegens een dodelijk omgeval dat zich 4 jaar geleden voordeed op een bouwplaats. Een jonge arbeider was op slag dood na een val van een ladder.

Beschrijving van de omstandigheden van het ongeval

Op 2 maart 2010 meldt een arbeider zich bij een particulier om enkele eternietplaten te vervangen. Hij werkt al 10 jaar voor dezelfde werkgever, die hem als leerling heeft opgeleid. Die ochtend vertrekt zijn baas naar een andere bouwplaats in Brussel. Ter plaatse stelt de arbeider vast dat hij de werken niet zal kunnen uitvoeren met de ladder die hij ter beschikking heeft. Wat er vervolgens is gebeurd, is niet erg duidelijk. We weten alleen dat de arbeider van een hoogte van zes meter valt en ter plaatse overlijdt.

Gebruik van een ongeschikte ladder?

De werkgever voert aan dat zijn arbeider onachtzaam is geweest omdat hij geen stoppers zou hebben aangebracht op de ladder. Bij het plaatsen van ladders moet ervoor worden gezorgd dat ze stabiel staan en dat de treden of sporten horizontaal zijn.

Volgens de burgerlijke partij heeft echter het gebruik als dusdanig van de ladder als werkpost op hoogte de problemen veroorzaakt. “De werkgever had duidelijk ander materiaal moeten aanbevelen om voor een goede veiligheid te zorgen, met name een hoogwerker”, verklaart Arnaud Schlogel (advocaat van de burgerlijke partij).
De welzijnswet ondersteunt dat standpunt.
 
Artikel 8 van het KB van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte verduidelijkt: “De werkgever beperkt het gebruik van ladders, trapladders en platformladders als werkpost op hoogte tot omstandigheden waarin, gelet op de bepalingen van artikel 5, het gebruik van andere, veiligere arbeidsmiddelen niet verantwoord is, gelet op het geringe risico en gelet op, hetzij de korte gebruiksduur, hetzij de bestaande kenmerken van de arbeidsplaats en werkposten die de werkgever niet kan veranderen”.

Artikel 5 van datzelfde besluit luidt als volgt “De werkgever treft (…) de nodige materiële en organisatorische maatregelen opdat de arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte die ter beschikking van de werknemers worden gesteld geschikt zijn voor het uit te voeren werk zodat het welzijn van de werknemers bij het gebruik van deze middelen wordt verzekerd”.

Volgens de arbeidsauditeur en de burgerlijke partij is het gebrek aan voorzorg overduidelijk en is het verslag van de deskundige die ter plaats is gekomen nauwgezet.
De verdediging heeft toegegeven dat het gebruik van een hoogtewerker het bedrag van de offerte zodanig zou hebben verhoogd dat het risico bestond dat de opdracht aan een concurrent zou worden gegund.
 
Uitspraak op 20 oktober.
 
Zie ook:

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid