Audiovisuele medewerkers hebben verhoogde kans op ziekte en burn-out

Medewerkers in de audiovisuele sector hebben een zeer hoog engagement en ervaren veel plezier in het werk. Anderzijds is er ook een hoge herstelnood, wat de kans op uitval door ziekte en burn-out aanmerkelijk verhoogt. Dat is de conclusie van sectorfonds Mediarte.be en HR-bedrijf Attentia.

Hoog engagement, hoge herstelnood

De audiovisuele sector scoort hoog op Engagement (89,5%) en Plezier in het werk (90,44%) enerzijds, maar anderzijds ook op Herstelnood. Dat komt neer op mentale vermoeidheid door het werk. 43,7 procent van de meer dan 1.500 respondenten ervaart herstelnood, 24,7 procent zelfs voortdurend. Dat maakt dat één op vier mensen uit de audiovisuele sector de kans loopt om binnen zes maanden uit te vallen wegens ziekte. In de groep met een sterk variërend uurrooster is dit zelfs meer dan een derde (36,2 procent) en ook KMO’s tussen vijf en negen medewerkers en technische profielen kampen met een (nog) hogere mentale vermoeidheid dan de rest van de sector.
 

Stressbronnen versus motivatiebronnen

De combinatie van een groot engagement met een hoog werktempo (54 procent) verhoogt de kans op burn-out dan ook aanzienlijk en zou een verklaring kunnen vormen voor die hoge herstelnood. Een andere stressbron wordt veroorzaakt door rolconflicten. 49,5 procent geeft namelijk aan dat verwachtingen van de werkgever vaak of altijd strijdig zijn met de rolopvatting van de medewerker zelf of dat verwacht wordt dat tegelijkertijd tegenstrijdige rollen moeten worden opgenomen door dezelfde persoon. Wat motivatiebronnen betreft, wordt een gemis ervaren op vlak van loopbaanmogelijkheden (82,3 procent), appreciatie met betrekking tot verloning (66,7 procent), de arbeidsorganisatie (57 procent), inspraak (54,3 procent) en de benutting van vaardigheden (50,2 procent).

Werkaspecten die over het algemeen als niet problematisch worden ervaren zijn dan weer contact met derden, lichamelijke omstandigheden, emotionele belasting en rolambiguïteit wat de stressbronnen betreft. Bij motivatiebronnen vormen jobonzekerheid, afwisseling in taken, leiderschap en sociale steun van collega’s evenmin een knelpunt.
 

Andere functie, andere resultaten


Artistieke functies hebben doorgaans een iets gunstigere score en op vlak van afwisseling is dit verschil zelfs significant. Wat "emotionele belasting" en "jobonzekerheid" betreft is er echter sprake van een significant ongunstigere score vergeleken met de rest van de sector.

Mensen in een commerciële functie scoren doorgaans ook lichtjes gunstiger en in het geval van "belastende lichamelijke omstandigheden", "autonomie" en "herstelnood" is dat verschil significant. Op marketing-afdelingen en in ondersteunende functies is de score eveneens lichtjes positiever waar productie, redactie- en researchjobs garant staan voor scores die vergelijkbaar zijn met die van de gemiddelde sector. Functies die onder de cluster regie sorteren, scoren licht ongunstiger dan de sector en gaan gebukt onder een hogere herstelnood dan gemiddeld.

Tot slot scoren technische profielen voornamelijk ongunstiger in vergelijking met de sector en worden voor "arbeidsomstandigheden" en "autonomie" significant negatievere scores vastgesteld.

Meer informatie over de enquête en over een actieplan en workshop specifiek voor de audiovisuele sector is terug te vinden op de website van Mediarte.be

 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid