Borstkanker: verschillend risico naargelang het beroep

Volgens een rapport van het Amerikaanse The Breast Cancer Fund bestaat er een wetenschappelijke consensus over de vaststelling dat aan diverse beroepen een aanzienlijk verhoogd risico van borstkanker verbonden is.
 
Het Amerikaanse Breast Cancer Fund besteedde meer dan twee jaar aan het opstellen van dit rapport. Eerst boog een virtuele studiegroep (waaronder deskundigen, besluitvormers en werknemersafgevaardigden) zich over het vraagstuk. Vervolgens werd de wetenschappelijke literatuur uitgeplozen. Volgens het Fonds toont een reeks goed onderbouwde wetenschappelijke bewijzen aan dat vijf beroepscategorieën "het risico van borstkanker aanzienlijk verhogen ten opzichte van dat bij de algemene bevolking".
 
Het gaat om:
  • verpleegsters (tot 50% hoger risico volgens het rapport);
  • leerkrachten (tot 2 keer hoger);
  • bibliothecarissen, juristen, journalisten en soortgelijke andere beroepen (tot 4 keer hoger);
  • röntgentechnici (tot 2 keer hoger);
  • laboratoriumtechnici, industrieel arbeidsters en andere vrouwen die met chemicaliën werken (tot 3 keer hoger).

Het Fonds besluit hieruit dat de werkplek een belangrijke bron is van blootstellingen aan factoren die borstkanker kunnen veroorzaken. Voor nog andere beroepen zijn "verder onderzoek en extra bescherming aangewezen". Deze beroepen zijn:
  • "eerste-hulpverleners" - politieagentes, brandweervrouwen, militairen, ... (tot 2,5 keer hoger);
  • arbeidsters in de voedings- en drankenindustrie (tot 5 keer hoger);
  • kapsters en cosmeticaspecialistes (tot 5 keer hoger);
  • fabrieksarbeidsters en machinebediensters (tot 3 keer hoger);
  • artsen en andere gezondheidswerksters, verpleegsters buiten beschouwing gelaten (tot 3,5 keer hoger);
  • stewardessen (tot 2 keer hoger); 
  • arbeidsters in stomerijen en wasserijen (tot 4,5 keer hoger);
  • arbeidsters in de papier- en drukkerijsector (tot 3 keer hoger);
  • verkoopsters (tot 4 keer hoger); 
  • arbeidsters in de sector van rubber- of kunststof artikelen (tot 2 keer hoger);
  • arbeidsters in de textiel- en kledingsector (tot 3 keer hoger).
De volgende blootstellingen worden als "zorgwekkend" beschouwd wat het risico van borstkanker betreft:
  • benzeen en andere chemicaliën;
  • polychloorbifenylen (pcb's);
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak's);
  • ethyleenoxiden;
  • pesticiden;
  • tabaksrook;
  • ioniserende straling;
  • nachtarbeid.
Wat de chemische blootstellingen betreft, heeft het Fonds zeer felle kritiek op de Amerikaanse regelgeving en het agentschap voor preventie op het werk OSHA. Het milieupreventieagentschap EPA "bezorgt de algemene bevolking een bescherming tegen chemische stoffen die 10 tot 1.000 keer beter is dan die welke OSHA de werknemers biedt". Vooral met de gezondheid van de vrouwen zou weinig rekening worden gehouden bij de bepaling van de Amerikaanse drempelwaarden voor beroepsmatige blootstelling. "Het onderzoek over beroepen en borstkanker werd grotendeels tijdens de voorbije twee decennia gevoerd, lang nadat de meeste blootstellingsgrenswaarden werden bepaald."

Bij de Amerikaanse mannen bedraagt de incidentie van borstkanker ongeveer 1% van die bij de vrouwen. Voor de mannelijke "eerste-hulpverleners" en de mannen die blootgesteld worden aan benzeen en soortgelijke stoffen of aan elektromagnetische velden, hebben studies een beroepsmatige component van het risico aangetoond.
 
Onderstaande figuur geeft nog eens een overzicht van de risico's op borstkanker per beroepscategorie.

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid