Fonds voor Beroepsziekten: eerste statistieken voor 2014!

Het Fonds voor de beroepsziekten heeft de eerste statistieken van het jaar 2014 bekendgemaakt. We overlopen alvast enkele opvallende tendensen.

Een eerste vaststelling is dat er een lichte afname is betreffende het aantal aanvragen voor een beroepsziektevergoeding ten opzichte van 2013. Als we bijvoorbeeld kijken naar het aantal eerste aanvragen uit de privésector dan zien we dat er het afgelopen jaar 9545 aanvragen zijn ingediend, terwijl dit er nog 10134 waren in 2013. Het gaat hier wel om cijfers die nog steeds duidelijk hoger liggen dan het aantal aanvragen dat bij het FBZ werden ingediend voor de toevoeging van tendinopathie aan de lijst van beroepsziekten eind 2012. Alleen al in 2014 waren er 3164 aanvragen voor een vergoeding omwille van tendinopathie.

Mannen dienen ongeveer 60 % van het aantal aanvragen in, terwijl vrouwen circa 40 % van de aanvragen voor hun rekening nemen. Op het moment dat ze een aanvraag indienen, zijn vrouwen gemiddeld 47 jaar, bij mannen ligt dat gemiddelde op 52 jaar. De aanvragers voor een beroepsziekte worden steeds jonger en het aantal vrouwen neemt proportioneel toe.

Een tweede vaststelling is dat tendinopathie en het carpale tunnel syndroom nog steeds – ondanks een lichte terugval ten opzichte van 2013 – de meest voorkomende beroepsziekten zijn (3164 gevallen van tendinopathie en 1512 van het carpale tunnel syndroom, samen bijna 50% van de aanvragen). Hierna volgen de rugziekten en de gewrichts-, bot- en discusziekten.

Een derde vaststelling: Het afgelopen jaar heeft het FBZ (en dit enkel voor de privésector) in totaal 3182 positieve beslissingen genomen (d.w.z. nieuwe erkenningen van slachtoffers met een beroepsziekte), tegenover 2987 in 2013. In 883 dossiers werd een blijvende arbeidsongeschiktheid toegekend en in 1689 dossiers een tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Daarnaast waren er ook 804 beslissingen om gezondheidszorgen terug te betalen en in 44 dossiers werd er beslist om de hulp van een andere persoon te vergoeden. In dit laatste geval geldt dat er tegelijk een beslissing is genomen om een vergoeding uit te keren voor een blijvende arbeidsongeschiktheid. Een opvallende verandering is dat er ondertussen bijna dubbel zoveel vergoedingen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid worden uitgekeerd ten opzichte van de vergoedingen voor blijvende arbeidsongeschiktheid. Dat kan verklaren waarom de mensen die een vergoeding krijgen steeds jonger worden.

Ten slotte zien we dat – na het overlijden van een slachtoffer - het aantal aanvragen van rechthebbenden (de naaste familie) blijft dalen. Dit is een tendens die reeds 10 jaar aan de gang is.

Dit jaar heeft het Fonds voor beroepsziekten nog 1268 aanvragen ontvangen. De gemiddelde leeftijd waarop een slachtoffer aan een beroepsziekte overlijdt, is 78 jaar. De nabestaanden van 377 slachtoffers kregen een positieve beslissing na hun een aanvraag voor een vergoeding wegens overlijden. Het is de eerste keer in de geschiedenis van het Fonds dat er onder de grens van 400 slachtoffers werd gegaan. De voornaamste doodsoorzaken omwille van een beroepsziekte zijn nog steeds silicose (175 overlijdens) en asbestziekten (182 overlijdens).

Het volledig rapport vindt u op de website van het Fonds voor de broepsziekten, u kiest documenten en vervolgens eerste statisteken 2014.

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid