Gezondheidstoezicht vanaf 1 januari 2016: hoe zit het ook weer?

Op 23 mei 2014 verscheen het KB van 24 april 2014 tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk in het Belgisch Staatsblad. In dat KB wordt het verplicht gezondheidstoezicht voor beeldschermwerkers en werknemers in contact met voedingswaren vanaf 1 januari 2016 opgeheven. In de plaats komen er wel een aantal andere verplichtingen. Maar hoe zat dat nu ook weer?   

Werknemers in contact met voedingswaren

Vanaf 1 januari 2016 vervalt het verplicht gezondheidstoezicht voor werknemers die rechtstreeks in contact komen met voedingswaren of -stoffen. Een periodiek onderzoek door de bedrijfsarts is dus niet langer verplicht. Vanaf 1 januari 2016 treedt echter wel afdeling V/II “Werknemers in contact met voedingswaren” van het KB biologische agentia in werking. Volgens dat KB moet de werkgever nu, in samenwerking met zijn interne en/of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, een adequate opleiding aan zijn werknemers verstrekken over de richtsnoeren en procedures in verband met voedselhygiëne (art. 25/7). Daarnaast moet de werkgever minstens om de vijf jaar een analyse uitvoeren op het niveau van elke groep van werkposten of functies en op het niveau van het individu om de risico's inzake welzijn te evalueren die voortvloeien uit het contact met voedingswaren, waarbij ook rekening wordt gehouden met de aspecten inzake voedselhygiëne. De resultaten van deze risicoanalyse moeten binnen de twee maanden na de analyse voorgelegd worden aan het Comité voor preventie en bescherming op het werk (art. 25/8).

Het afschaffen van het periodiek onderzoek betekent overigens niet dat het medisch attest van het Federaal Agentschap (FAVV) voor de veiligheid van de voedselketen verdwijnt. Wanneer je werkt met onverpakte of halfverpakte levensmiddelen (met of zonder handschoenen), moet je over een “medisch attest m.b.t. de geschiktheid om levensmiddelen te manipuleren” beschikken. Ook tijdelijk personeel en (job)studenten moeten over zo’n attest beschikken. Bij indiensttreding wordt een medisch onderzoek uitgevoerd door een arts (bedrijfsarts of huisarts) en wordt een medisch attest opgemaakt. Dit attest verklaart dat je gezondheid toelaat om met levensmiddelen te werken en dat je dus niet lijdt aan een aandoening die via de voeding andere mensen kan besmetten. Om een zekere opvolging te garanderen, moet het attest om de 3 jaar hernieuwd worden, of na herstel van een via voedsel overdraagbare aandoening. Dit medisch attest is terug te vinden in het KB van 13 juli 2014 betreffende de levensmiddelenhygiëne, meer bepaald in bijlage III, hoofdstuk IV, persoonlijke hygiëne.

Meer informatie over dit Medisch Attest vindt u in de brochure van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, Persoonlijke hygiëne in bedrijven in de voedselketen, p. 7.  

Beeldschermwerk

Eveneens met ingang vanaf 1 januari 2016 zal het verplicht gezondheidstoezicht voor de werknemers die onderworpen zijn aan het risico beeldschermwerk ophouden te bestaan. Artikel 4 van het KB van 27 augustus 1993 betreffende het werken met beeldschermapparatuur wordt aangepast en bepaalt vanaf die datum dat de werkgever gehouden is om:
  • Minstens om de vijf jaar een analyse te maken op het niveau van elke groep van beeldschermwerkposten en  op het niveau van het individu om de risico's inzake welzijn te evalueren die voor de werknemers voortvloeien uit het werken met een beeldscherm, met name inzake de eventuele risico's voor het gezichtsvermogen en de problemen van lichamelijke en geestelijke belasting;
  • Passende maatregelen te nemen op grond van deze analyse, teneinde de aldus vastgestelde risico's te voorkomen of te verhelpen, rekening houdend met de samenvoeging of de combinatie van de gevolgen ervan.
De analyse wordt indien nodig aangevuld met een bevraging van de werknemers of met een ander instrument dat peilt naar de werkomstandigheden en/of eventuele gezondheidsproblemen gerelateerd aan het werken met een beeldscherm, uit te voeren onder de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De collectieve resultaten hiervan worden door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer overgemaakt aan de werkgever en binnen de twee maanden na de overmaking voorgelegd aan het Comité voor preventie en bescherming op het werk.

Na advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en van het Comité voor preventie en bescherming op het werk stelt de werkgever de maatregelen vast die nodig zijn om de activiteit van de werknemer zodanig te organiseren dat de dagelijkse werktijd met een beeldscherm op gezette tijden wordt onderbroken door rustpauzes of andersoortige activiteiten, waardoor de belasting van het werken met een beeldscherm wordt verlicht.
 
Ook artikel 7 van dat KB wordt aangepast. Voor werknemers die gewoonlijk en gedurende een aanzienlijk deel van hun normale werktijd gebruik maken van beeldschermapparatuur, moet de werkgever ervoor waken dat de volgende maatregelen worden genomen:
  • Indien uit de bevraging of het ander instrument blijkt dat er mogelijke gezondheidsproblemen zijn, wordt de betrokken werknemer door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer onderworpen aan een aangepaste gezondheidsbeoordeling.
  • Als de resultaten van het oftalmologisch onderzoek het vereisen en indien een normaal correctiemiddel de uitoefening van het werk op een beeldscherm niet mogelijk maakt, moet de werknemer beschikken over een speciaal correctiemiddel dat uitsluitend met het betrokken werk verband houdt. De kosten van dit speciale middel vallen ten laste van de werkgever. 

Nieuwsbericht 2014

Het oorspronkelijke nieuwsbericht mbt tot het verschijnen van dit KB vindt u in het nieuwsbericht: "Mozaïekbesluit bundelt diverse bepalingen inzake welzijn op het werk" van Steven Bellemans
 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid