Jonge werknemers niet bewust van risico op burn-out

“Jonge werknemers onderschatten het risico op een burn-out.” Dat stelt Carien Karsten, Nederlands psycholoog.
 

Belangrijke risicogroep

“Tot mijn 35e ga ik zeven dagen per week werken. Daarna koop ik een huis en beginnen we aan kinderen.” Aan het woord is een twintiger. Hij heeft bedrijfskunde gestudeerd en werkt nu bij een groot  adviesbureau. De komende jaren plant hij een stevige agenda in: “dagen van zestien uur maken, ’s nachts doorwerken,in het weekend werken,...”
Ondertussen zijn er in Nederland meer dan honderdduizend jongeren met een burn-out. Een groot aantal jongeren zit met ernstige vermoeidheidsklachten thuis. Statistieken van CBS laten zien dat tot 25 jaar één op de tien jongeren risico loopt op een burn-out en tussen de 25 en 34 jaar piekt het aantal met 15 procent.
 

Oorzaken voorlopig onduidelijk

De vraag is of onze hardwerkende jonge bedrijfskundige nu wel of juist niet tot de risicogroep behoort. Als je afgaat op populaire verklaringen voor burn-out bij jongeren zou je denken van niet. Hoogleraar arbeidsrecht Ton Wilthagen stelt dat jongeren vooral burn-out raken door de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Deze stelling vereist echter nog wetenschappelijke onderbouwing.

Een andere stelling is dat sociale media een burn-out bij jongeren kan veroorzaken. Hun hersenen zouden niet meer tot rust komen doordat ze altijd en overal bereikbaar willen zijn. Maar ook dat wordt voorlopig niet door cijfers ondersteund.
En dan is er nog de verklaring dat het jonge ouderschap met al zijn verplichtingen makkelijk tot burn-out leidt. Daar zijn wel cijfers over: daaruit blijkt dat ouders met kinderen juist minder risico lopen op burn-out klachten. Uitzondering hierop is de alleenstaande ouder, die loopt wel meer risico.
 

Praktijkervaring

Psychologe Carien Karsten krijgt veel twintigers en dertigers met burn-out klachten over de vloer in haar praktijk. De belangrijkste oorzaak is volgens haar geldingsdrang. “Ze willen graag uitblinken, laten zien hoe goed ze zijn en wat ze aankunnen. Ze willen hun leidinggevende of opdrachtgever tevreden stellen. Ze vinden hun werk leuk en weinig weerhoudt hen om door te gaan, door te gaan, door te gaan. Als ze een avond vroeg thuis zijn, gaan ze meteen naar bed. Om het maar vol te houden. Ze organiseren hun dagen zo, dat ze er het meest er uit kunnen halen voor hun werk. Klagen doen ze niet. Ze hebben een onbegrensd vertrouwen in eigen kunnen. Burn-out? Ik niet!”
 

Onklopbaar tot…

Een keerpunt doet zich voor wanneer zeer gedreven jongeren stuiten op een professionele tegenslag: “Dan komt de dag dat ze niet de gewenste promotie maken, dat een collega een minder vriendelijke opmerking maakt, dat een transport niet loopt zoals het zou moeten lopen – en weg is al die wervelende vitaliteit. Alsof ze met een snelle sportfiets over een spijker rijden. In een klap is alle veerkracht weg.”

Wat dat betreft raken jongeren op dezelfde manier burn-out als ouderen. Ze voelen zich plotseling doodmoe, kunnen zich moeilijk concentreren, en zijn vergeetachtig en weinig productief. De uitval geeft een deuk in het zelfvertrouwen.
 

Een burn-out voorkomen

Karsten raadt jongeren aan om snel in te grijpen: “De meest pragmatische invalshoek is dat je zo snel mogelijk hulp zoekt. Er zijn voldoende goede therapeuten in Nederland die weten dat een behandeling die is gericht op vroege signalering, herstel van fysiek en mentaal functioneren, ondersteuning in werkhervatting en ondersteuning in sociaal functioneren, snel tot resultaat kan leiden. Het voor ex-burn-outers dan ook belangrijk om van hun ervaring te leren en te zoeken naar een zinnige balans tussen werk en privé.”

Ten slotte wijst Karsten op de verantwoordelijkheid van de werkgever: “Die mag een jonge werknemer niet als een citroen uitknijpen en hem daarna afdanken. Hoe moeilijk het ook is om een zichzelf overschattende en maar doordenderende jongere tegen te houden, soms moet zo iemand tegen zichzelf in bescherming worden genomen.”


 

 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid