Kleine blusmiddelen: maak de juiste keuze!


Jaarlijks heeft ongeveer 3 % van de ondernemers te maken met een bedrijfsbrand. 90 % van de beginnende branden kan effectief door de ondernemers of de werknemers zelf geblust worden met een draagbare blusser en/of een brandslanghaspel. Uiteraard moet het gebruik van deze kleine blusmiddelen hiervoor gekend zijn.

Brandklassen

Er is een grote verscheidenheid aan brandbare stoffen. Hierdoor zijn er verschillende soorten van branden die men heeft ondergebracht in 5 klassen.


Klasse A: vaste stoffen
De verbranding en het blussen van vaste stoffen is complexer dan deze van vloeistoffen of gassen. De meeste vaste stoffen verbranden met vlammen en gloed. Dit zien we duidelijk bij de verbranding van een blok hout waar eerst vlamvorming en nadien gloed optreedt.
 
Klasse B: vloeibare of vloeibaar wordende stoffen
De verbranding van brandbare vloeistoffen gaat gepaard met vlamverschijnselen. De vloeistof kan zich niet meteen met de zuurstof vermengen maar moet eerst verdampen. Het zijn deze gevormde dampen die wij zien branden met vlamvorming. In de regel kan een vloeistof niet geblust worden met water maar wordt hiervoor poeder of schuim gebruikt. Iedere vloeistof heeft een aantal specifieke kenmerken.
Sommige vaste stoffen gaan eerst over naar een vloeibare toestand, waarna de ontstane vloeistof brandbare dampen afgeeft. Deze dampen mengen zich met de zuurstof en ontbranden met vlamverschijnselen. Gekende stoffen zijn bv. was, hars en paraffine.
Klasse C: gasvormige stoffen
De meeste brandbare gassen (bv. aardgas, propaan, butaan en LPG) kunnen, wanneer ze in de juiste verhouding met zuurstof gemengd zijn, met één enkele vonk ontstoken worden.
Het blussen van een gasbrand doet men door de brandstof weg te nemen (cfr. branddriehoek). Nooit de vlam uitspuiten, het gas blijft uitstromen met een mogelijke herontsteking (explosie) tot gevolg.
Goed om weten: Aardgas is lichter dan lucht; propaan, butaan en LPG zijn zwaarder dan lucht.
Klasse D: metalen
Brandbare metalen (bv. magnesium, kalium, natrium) branden bij zeer hoge temperaturen en dat geldt dus ook voor de verschillende legeringen die gebruikt worden voor motoren van wagens of delen van motoren.
Metaalbranden mogen absoluut niet geblust worden met water. Door de extreem hoge temperaturen is het risico groot dat het water gaat ontleden, waardoor het zeer brandbare en explosieve waterstofgas (knalgas) kan gevormd worden.
Klasse F: vetten en oliën
Deze branden mogen we nooit blussen met water. De temperatuur van de brandende vetten (frituurvet) of oliën kunnen zeer snel zeer hoog oplopen. Vetten en oliën zijn meestal lichter dan water zodat water zal zinken. Dit ondergedompeld water gaat plotseling koken en stoombellen vormen. Deze stoombellen zijn omringd met brandend vet en zullen tot een enorme vuurbal leiden. Bij 100 °C geeft 1 l water een volume van 1.700 l stoom.


Keuze van de kleine blusmiddelen

Bij het kiezen van het gepaste blusmiddel zijn verschillende parameters van belang:
  • de brandklasse en de te blussen aggregatietoestand (gas, vloeibaar of vast);
  • de omvang van de brand;
  • uw ervaring en vaardigheid.
Het ‘ideale blusmiddel’ bestaat niet! Aan elke blusstof zijn voor- en nadelen verbonden. In geval van brand moet u in staat zijn om snel te kunnen beslissen met welk blusmiddel (blusstof) de brand kan worden bestreden:
  • bluswerking van water;
  • bluswerking van poeder (ABC-poeder, BC-poeder en D-poeder);
  • bluswerking van koolstofdioxide (CO2);
  • bluswerking van water-schuim;
  • het gebruik van een blusdeken.
In het bedrijf waar u werkt, is de keuze van de blusmiddelen bepaald door de op die plek geldende risico’s. Denk hier ook altijd aan alvorens u het werk aanvat. Voer steeds een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) uit om te weten of u het juiste blusmiddel gebruikt. Deze kleine blusmiddelen zijn arbeidsmiddelen en zijn te beschouwen als collectieve beschermingsmiddelen (CBM’s).

Elke hulpverleningszone (lees: brandweer) hanteert het volgende standaardadvies: bij een lage of normale brandbelasting is er één blustoestel (met 1 bluseenheid) nodig per 150 m².
Kleine blusmiddelen worden geplaatst in alle instellingen en bedrijven, op goed zichtbare plaatsen en vaak in de buurt van risicoposten (bv. technische ruimte, elektriciteitskast, keukens, enz.). Dit gebeurt conform de regelgeving in het KB betreffende brandpreventie op de arbeidsplaatsen van 28 maart 2014.
 

Meer op senTRAL

Welke verschillende soorten branden zijn er? Welke zijn hun oorzaken en bestrijdingsmiddelen?
Hoe werken de verschillende soorten kleine blusmiddelen en wat is hun inzetbereik?
Hoe moet een beginnende brand geblust worden met behulp van draagbare poederblustoestellen, CO2-blustoestellen en schuim?

U leest hierover meer op senTRAL:
Kleine blusmiddelen: melden van een incident
Kleine blusmiddelen: vuurdriehoek en -vijfhoek, brandverloop
Kleine blusmiddelen: de brandklassen
Kleine blusmiddelen: indeling en werking van de blusmiddelen
Kleine blusmiddelen: overzicht van hun gebruik voor de verschillende brandklassen
Kleine blusmiddelen: blustechnische tips voor de bestrijding van brand

Op senTRAL is tevens een gebruiksinstructie ‘Powerpoint/wordbestand: Kleine blusmiddelen’ gepubliceerd voor iedereen die bij een beginnende brand passend moet reageren en hierdoor in contact komt met kleine blusmiddelen. De cursus is een bruikbaar aanvullend instrument waar u de bedrijfseigen accenten kan aan toevoegen.

 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid