Pesten op het werk: 4000 informele en 700 formele verzoeken bij de externe diensten

In de Kamer werden een aantal vragen gesteld over de procedure inzake pesterijen op het werk door Mevrouw Nawal Ben Hamou, volksvertegenwoordiger. In 2014 noteerde de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk 100 klachten wegens mobbing, 10 wegens geweldpleging en 6 wegens ongewenste intimiteiten. Deze cijfers weerspiegelen uiteraard niet de situatie in de praktijk, aangezien heel wat werknemers de procedure niet ten einde toe volgen. De vragen van Mevrouw Nawal Ben Hamou handelen over het aantal klachten, de straffen, de preventiemiddelen en de rol van de preventieadviseur. De antwoorden van de minister van Werk geven een mooi overzicht in de hele procedure, maar ook een inzicht in het aantal klachten die jaarlijks worden behandeld.

4000 informele en 700 formele verzoeken

De eerste vraag handelt over het aantal klachten en de bestraffing. De meerderheid van de problemen van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk worden in de onderneming zelf behandeld dankzij de mogelijkheid voor de werknemers om een verzoek tot psychosociale interventie (informeel of formeel) in te dienen bij de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten. De beslissing betreffende de te nemen maatregelen komt toe aan de werkgever. Om een orde van grootte te geven: over alle sectoren heen behandelen de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk gemiddeld jaarlijks meer dan 4.000 informele verzoeken en 700 formele verzoeken.

Het is enkel wanneer de interne procedure niet heeft gewerkt dat de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk in de problematiek tussenkomt en dit na een klacht vanwege de werknemer. Wanneer de inspectie inbreuken vaststelt, wordt het dossier voorgelegd aan het arbeidsauditoraat dat beoordeelt of het opportuun is de strafvordering aanhangig te maken bij de correctionele rechtbank. De werknemer kan ook een vordering tot staking van de feiten, tot het treffen van maatregelen door de werkgever of tot schadevergoeding instellen voor de arbeidsrechtbank.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven over een periode van 2010 tot en met 2016 van het aantal klachten voor pesterijen, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk, die bij de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het werk aanhangig zijn gemaakt. De opsplitsing van de cijfers in 2014 is een gevolg van de wijziging van de regelgeving inzake de preventie van psychosociale risico's die op 1 september 2014 in voege getreden is.
 

Initiator2010201120122013Jan-Aug 2014Geëxtrapoleerd 2014Sept-Dec. 2014
2015Jan-Feb 2016
Werkgever7631  24 
Gebruiker   1     
Werknemer4744253471811226029033
Syndicale organisatie18181324969 15 
IDPB11220   3 
EDPB3434  2151
Inspecteur3444   8 
Hoofdbestuur/Beleidscel 53135152
Gerechtelijke overheid101112106354613215
Andere directie776312161
Ander182422137116202
Totaal6326065093321021538538744


Aantal definitieve uitspraken van de arbeidsrechtbanken

JaarTotaal
200312
200414
200539
200664
200798
200864
200956
201050
201141
201333
201445

- 37,45 % van de dossiers betreft verzoekers uit de publieke sector.
- 62,55 % van de dossiers betreft verzoekers uit de privésector.
- Op strafrechtelijk niveau worden slechts 1,3 % van de dossiers ingediend bij het Openbaar Ministerie aanhangig gemaakt bij de correctionele rechtbank (op basis van de laatste statistische gegevens verkregen uit de evaluatie in 2011).

De wetgeving betreffende het welzijn op het werk is strafwetgeving waarvan de inbreuken gesanctioneerd worden door het Sociaal Strafwetboek. Dit wetboek werd recent aangepast aan de wetswijzigingen met betrekking tot de preventie van psychosociale risico's op het werk die van toepassing zijn sinds september 2014 (Boek 2 - Hoofdstuk 1 - Afdeling 2). Op die manier kunnen zowel de werkgever die deze problematiek niet opneemt in zijn preventiebeleid of die geen gepaste maatregelen neemt ten aanzien van een individuele situatie als de dader van onrechtmatige gedragingen strafrechtelijk gesanctioneerd worden.

(NVDR: zie over deze materie: Psychosociale risico's op het werk: wetgever actualiseert Sociaal Strafwetboek)
 
Preventietools bij de FOD WASO
In een antwoord op de tweede vraag wordt een overzicht gegeven van de preventietools van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (op het vlak van de algemene problematiek van de psychosociale risico's op het werk):
Rol van de preventieadviseur

De wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk voorziet dat de werkgever het geheel van de psychosociale risico's moet evalueren -  de meest ernstige vormen, op het vlak van de interpersoonlijke relaties op het werk, zijn geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk - en preventiemaatregelen moet toepassen in de onderneming. Het in aanmerking nemen van het geheel van de psychosociale risico's heeft een positieve invloed op de preventie van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. Deze gedragingen kunnen namelijk hun oorsprong vinden in onopgeloste conflictsituaties of in arbeidsomstandigheden met een hoog stressniveau.

De wetgeving voorziet meerdere analyseniveaus:
 

  • Het eerste niveau is de risicoanalyse a priori in de ganse onderneming die het onder meer mogelijk maakt collectieve preventiemaatregelen te nemen om aanwezige gevaren uit te schakelen (zelfs wanneer deze nog geen schade hebben veroorzaakt).
  • Het tweede niveau is de risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie (bijvoorbeeld in een specifieke afdeling) waarin een gevaar werd vastgesteld (vaak omdat er zich al schade heeft voorgedaan, onder meer in de vorm van afwezigheid wegens ziekte). Dit tweede niveau maakt het mogelijk de problematiek aan te pakken vanuit een collectieve hoek (en niet vanuit de individuele situatie van de werknemer-verzoeker), preventiemaatregelen te treffen die het gevaar uitschakelen of die een einde maken aan de schade en te voorkomen dat individuele werknemers geconfronteerd met hetzelfde gevaar veelvoudig individuele verzoeken tot interventie indienen.

Deze analyses moeten rekening houden met de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk. De maatregelen die op het niveau van de onderneming worden getroffen, moeten jaarlijks geëvalueerd worden. De werkgever moet de werknemers, hun vertegenwoordigers en de hiërarchische lijn informeren en opleiden over zijn psychosociaal preventiebeleid.

De preventieadviseur psychosociale aspecten

Elke werkgever moet beschikken over een preventieadviseur psychosociale aspecten die deel uitmaakt van hetzij de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van de onderneming, hetzij de externe dienst waarbij de onderneming is aangesloten. De preventieadviseur psychosociale risico's staat de werkgever bij bij het uitvoeren van het preventiebeleid op het vlak van de psychosociale risico's op het werk. Over het algemeen is hij bevoegd voor het geven van een advies over de in de onderneming aanwezige gevaren die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk, zowel op het niveau van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk. In het bijzonder is hij, naast het bijstaan van de werkgever bij de algemene risicoanalyse, de keuze van de algemene preventiemaatregelen en hun evaluatie en de analyse van een specifieke arbeidssituatie, bevoegd voor het tussenkomen in de informele en de formele fase van de interne procedure.

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer wordt in zijn professionele leven vaak geconfronteerd met werknemers wiens gezondheid is aangetast door de blootstelling aan psychosociale risico's op het werk. In dit kader kan hij, met het akkoord van de werknemer, een beroep doen op de preventieadviseur psychosociale aspecten wanneer hij oordeelt dat de werknemer niet in staat is dit zelf te doen. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer deelt (in de vorm van collectieve en anonieme gegevens) aan de werkgever en de preventieadviseur psychosociale aspecten alle elementen mee die voortvloeien uit de medische onderzoeken en de bezoeken van de arbeidsplaatsen die nuttig zijn voor de jaarlijkse evaluatie van de collectieve preventiemaatregelen.

De wetgeving preciseert welke informatie met betrekking tot de individuele situatie van de werknemers uitgewisseld mag worden met de preventieadviseur psychosociale aspecten en de vertrouwenspersoon.

De preventieadviseur van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel uitmaakt van de externe preventiedienst, zal de rol van de preventieadviseur van de interne dienst met betrekking tot de psychosociale risico's op het werk des te belangrijker zijn. Hij zal namelijk met deze risico's rekening moeten houden wanneer hij de werkgever bijstaat, bijvoorbeeld wanneer hij betrokken wordt bij de risicoanalyses (wanneer ze niet te complex zijn), wanneer hij arbeidsongevallen analyseert, wanneer hij adviezen geeft over in de onderneming aanwezige gevaren die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk, zowel op het vlak van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk.

Op het niveau van individuele situaties:
 

  • In de ondernemingen waar er geen vertrouwenspersoon is, zal de preventieadviseur van de interne dienst, in het kader van een onderhoud, de werknemer die de interne procedure wenst op te starten een eerste maal horen, hem informeren over de bestaande procedures en hem de contactgegevens van de preventieadviseur psychosociale aspecten meedelen.
  • De preventieadviseur van de interne dienst zal bepaalde documenten ontvangen die werden opgesteld tijdens de formele procedure, met het oog op het vervullen van zijn coördinerende rol tussen de externe dienst en de werkgever.

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel uitmaakt van de interne preventiedienst, zal elke preventieadviseur de werkgever bijstaan binnen het kader van zijn specifieke bekwaamheden. In elk geval worden deze opdrachten uitgevoerd op basis van het multidisciplinariteitsprincipe dat wordt gewaarborgd door de preventieadviseur belast met de leiding van de dienst.

Sensibilisering

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg zet haar sensibiliseringsacties ten aanzien van de actoren van het preventiebeleid verder om de kennis over de psychosociale risico's op het werk te verbeteren en de ondernemingen aan te moedigen met deze risico's rekening te houden, in het bijzonder door de preventieadviseur psychosociale aspecten, die in deze materie over specifieke bekwaamheden beschikt, erbij te betrekken.

In het kader van deze sensibiliseringsacties wordt de aandacht gevestigd op de noodzaak om de preventieadviseur te ondersteunen, zijn werk te waarderen en met hem samen te werken. Naast het reeds zeer intense werk van de preventieadviseurs psychosociale aspecten die een adviserende rol hebben bij de vaststelling van de aanwezigheid van psychosociale risico's in de onderneming, is het nog belangrijker om het antwoord dat de werkgever voor deze problematiek biedt te versterken, daar deze werkgever verantwoordelijk is voor het preventiebeleid, want het is zijn beslissingsmacht die er in feite kan voor zorgen dat het welzijn op het werk een realiteit wordt.
 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid