Vlaanderen asbestvrij in 2040?

Het gebruik van asbest is sinds 2001 verboden in België, maar de stof zit nog in een groot aantal gebouwen. In oktober 2014 besloot de Vlaamse regering daarom om asbest versneld te verwijderen tegen 2040. Maar is die deadline haalbaar?


Deadline 2040

Decennialang werd asbest gebruikt in talloze toepassingen: in bouwmaterialen als dakleien en gevelbekleding, in nutsleidingen, bloembakken, golfplaten, isolatiemateriaal, ... Alles samen schat Ovam dat er nu nog 3,7 miljoen ton asbesthoudend materiaal aanwezig is in gebouwen.

De Vlaamse regering besloot in oktober vorig jaar om asbest versneld te verwijderen. Tegen 2040 moet Vlaanderen asbestvrij zijn. Die datum kwam uit de bus na een kosten-batenanalyse. Maar als het beleid geen tandje bij zet, zitten we er nog tot 2070 mee. “Hoe langer we wachten, hoe moeilijker de verwijdering wordt en hoe hoger de kosten oplopen”, zegt Jan Verheyen van de Ovam.

Aan de asbestverwijderingsoperatie hangt een hoge prijs. Veheyen stelt dat alle betrokken partijen: zowel de overheid, bedrijven als burgers hun deel zullen moeten dragen.
 

Afbouwplan klaar in 2018
 

In 2018 zou de Ovam haar afbouwplan klaar hebben. Ze wacht niet tot dan om risicozones aan te pakken. Zo start dit jaar een derde saneringsronde om productieafval op te ruimen in de streek waar vroeger veel productie was (Kapelle-op-den-Bos, Willebroek).

Jan Verheyen geeft aan dat het opbergen van asbestafval problemen vormt: “Vandaag wordt asbesthoudend afval gestort op speciaal erkende stortplaatsen. Er is tot dusver al zowat 830.000 ton gestort. Er kan nog ongeveer 1,8 miljoen ton gestort worden voordat de beschikbare capaciteit opgebruikt is. Dat is dus niet genoeg om de geraamde 3,7 miljoen ton aan te kunnen.”

De Ovam hoopt dat technologische evolutie een alternatief zal aanreiken. Er lopen haalbaarheidsstudies naar vernieuwende technieken voor de verwerking van asbesthoudend afval waarbij de asbestvezels terug omgevormd worden tot onschadelijke vezels.
 

Gevaren voor bouwsector


De bouwsector vindt het Vlaamse plan niet ambitieus genoeg en ziet het afvalprobleem als de reden daarvoor.

Sinds het verbod op productie (1998) en gebruik (2001) van asbest zijn de milieuproblemen van de productiefase naar de gebruiksfase en de afvalstofverwerking verschoven. Op het vlak van arbeidsveiligheid, focust het huidige juridische en beleidskader dan ook vooral op de blootstellingsrisico's bij de verwijdering, inzameling en verwerking van asbesthoudende materialen.

Bouwvakkers worden als eersten met asbest geconfronteerd. Als het op een werf wordt aangetroffen, gelden strenge beveiligingsmaatregelen. Arbeiders moeten maskers, handschoenen en speciale pakken dragen. Het goedje moet manueel verwijderd worden. Boren of slijpen is uit den boze, omdat dan de schadelijke vezels vrijkomen.

Daarbij wordt tot op vandaag een onderscheid gemaakt tussen 'niet-hechtgebonden' of 'losse' asbest en 'hechtgebonden' asbest. 'Niet-hechtgebonden' asbest zoals asbestkoord of asbestisolatie rond verwarmingsbuizen geldt als het gevaarlijkst. De vezels zitten niet goed verankerd in het dragermateriaal, zodat ze makkelijk kunnen vrijkomen en ingeademd worden wat aanleiding kan geven tot gezondheidsrisico’s. Hechtgebonden asbest is goed gebonden aan andere stoffen zodat de asbestvezels stevig verankerd zijn in het dragermateriaal. Zolang dat in goede staat is en niet wordt bewerkt of gesloopt, komen er nauwelijks vezels vrij. De verankering van de vezels neemt echter af naarmate het materiaal meer verweert of veroudert.

Meer info op senTRAL:
Asbest (Thematische fiche)
Asbest als afval (In de praktijk)

 

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid