Vraag in de Kamer over gebruik werkboekje bij werkzaamheden in een hyperbare omgeving

Het koninklijk besluit van 23 december 2003 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's bij werkzaamheden in een hyperbare omgeving bepaalt onder andere dat de werkgever een werkboekje bezorgt aan elke werknemer die een werkzaamheid in hyperbare omgeving moet uitvoeren. In de Kamer werd aan minister Kris Peeters gevraagd naar de naleving van dit voorschrift.

In het werkboekje worden na elke werkzaamheid die werd uitgevoerd in een hyperbare omgeving, de datum en plaats van de werkzaamheden vermeld, evenals de maximale druk tijdens de werkzaamheden, de duur van het verblijf in de decompressiekamer en de naam van de verantwoordelijke van de werkzaamheden (KB 23 december 2003, art. 12). Het werkboekje moet met de werknemer meegegeven worden als deze vertrekt. Het werkboekje is individueel en onoverdraagbaar, en het wordt door de werkgever bijgehouden.

Volgende vragen werden in de Kamer gesteld door mevrouw de volksvertegenwoordiger Muriel Gerkens:

  1. Werd de naleving van dit voorschrift geëvalueerd?
  2. Hoe wordt de controle van het werkboekje georganiseerd, en hoe wordt erop toegezien dat het werkboekje terdege wordt bijgehouden en aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld?
  3. Welke impedimenten en moeilijkheden staan het optimale gebruik van het werkboekje volgens werkgevers en werknemers in de weg?
  4. Hoe wordt de arbeidsgeneeskundige dienst bij de opvolging van het werkboekje betrokken?

Antwoord van minister Kris Peeters

Een koninklijk besluit van 2003 regelt deze materie en voorziet de voorafgaande kennisgeving van werkzaamheden aan de inspectiedienst Toezicht op het Welzijn op het Werk. Veel van deze kennisgevingen hebben betrekking op duikwerkzaamheden die door werknemers van brandweer of civiele bescherming in het kader van hun wettelijke opdrachten worden uitgevoerd. Af en toe krijgt de inspectie kennisgevingen van ondernemingen die gespecialiseerd zijn in duikwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld herstellingswerken aan sluizen.

Teneinde met het specifieke karakter van de brandweerdiensten rekening te houden werd in 2006 een omzendbrief betreffende de toepassing van dit besluit uitgewerkt.

Gelet op de aard van de kennisgevingen en de korte duur van de tussenkomsten is er geen systematisch inspectiebezoek ter plaatse.

In 2013 heeft de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk bij de brandweerdiensten een nationale campagne gehouden naar aanleiding van de oprichting van prezones voor hulpverlening. Hoewel deze campagne vooral ten doel had de preventiestructuren en het preventiebeleid en inzonderheid het dynamisch risicobeheersingssysteem te inspecteren, werd er eveneens een enquête gehouden over de toepassing van dit besluit van 2003 door de brandweerdiensten.

Uit deze enquête blijkt reeds dat bij de bevraagde zonale of gemeentelijke brandweerdiensten die over een duikersteam beschikken, de duikers in 57 van de 66 gevallen (86 %) een individueel boekje hebben dat wordt bijgehouden. Hoewel het aspect gezondheidstoezicht en de opvolging ervan in deze campagne eveneens aan een inspectie werden onderworpen, werd er geen enkele enquête gehouden over de rol van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer wat de opvolging van het individueel boekje betreft, aldus het antwoord van de minister.

   

Meer gratis nieuws binnen het thema Veiligheid