print

GwH 6 oktober 2016, nr. 2016/127

Rechtsplegingsvergoeding in strafzaken - douane en accijnzen - uitoefening strafvordering en burgerlijke vordering - artikel 162bis Sv. - artikel 283 Algemene wet inzake douane en accijnzen

Wanneer de administratie van douane en accijnzen belastingen invordert in een procedure voor de strafrechter kan de beklaagde geen rechtsplegingsvergoeding krijgen als de strafrechter de vordering van de administratie afwijst. Wanneer de administratie van douane en accijnzen de belastingen invordert in een procedure voor de burgerlijke rechter, kan de tegenpartij daarentegen wel een rechtsplegingsvergoeding krijgen als de burgerlijke rechter de vordering van de administratie afwijst.
Dat verschil in behandeling is geen schending van de artikelen 10 en 11 Gw. De regelgeving over het invorderen van douane- en accijnsrechten vormt immers een eigen systeem van strafrechtelijke opsporing en vervolging. In dat systeem heeft de administratie van douane en accijnzen ruime bevoegdheden gekregen om de strafvordering uit te oefenen. Bijgevolg oefent de administratie van douane en accijnzen niet enkel de burgerlijke vordering, maar ook de strafvordering uit en vervult zij in grote mate de functie van het openbaar ministerie. Daarom is het verschil in behandeling redelijk verantwoord en schenden artikel 162bis Sv. en artikel 283 AWDA de artikelen 10 en 11 Gw. niet.

GwH 6 oktober 2016, nr. 2016/127, NjW 2017, afl. 364, 438.