print

Gent 11 januari 2016

Borgtocht - art. 80 lid 3 Faill.W. - kosteloze aard - ogenblik van de zekerheidsstelling - concrete tegenprestatie niet bepalend - rechtstreeks of onrechtstreeks belang bij de financiële positie van de vennootschap-hoofdschuldenaar

Krachtens artikel 80 lid 3 Faill.W., bevrijdt de rechtbank geheel of gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens verbintenis niet in verhouding staat tot zijn inkomsten en tot zijn patrimonium, tenzij deze natuurlijke persoon zijn onvermogen frauduleus organiseerde.
Het is de bedoeling van de wetgever om enkel natuurlijke personen te bevrijden die door hun bereidwilligheid verplicht zijn om de schulden van de gefailleerde te delgen, terwijl zij geen persoonlijk belang hebben bij de betaling van die schulden.
De kosteloze aard van de persoonlijke zekerheidsstelling is het ontbreken van enig economisch voordeel, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, dat de persoonlijke zekerheidssteller kan genieten ingevolge de zekerheidsstelling.
De essentie van het aandeelhouderschap is de inbreng in gemeenschap met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten door de vennootschap te laten uitoefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen (art. 1 W.Venn.). Een aandeelhouder heeft derhalve principieel een economisch belang bij de onderneming en bij het welslagen ervan.
De beoordeling van het al dan niet kosteloos karakter van de persoonlijke zekerheid geschiedt op het ogenblik van de zekerheidsstelling. Of de zekerheidssteller al dan niet een concrete tegenprestatie heeft bedongen voor het aangaan van de zekerheidsstelling, is niet bepalend voor de oplossing van de vraag of de zekerheidsstelling kosteloos is in de zin van de wet. Het volstaat dat de borgsteller er een rechtstreeks of zelfs onrechtstreeks belang bij heeft dat de financiële positie van de vennootschaphoofdschuldenaar gedijt, om de kosteloosheid van de borgstelling principieel uit te sluiten.

Gent 11 januari 2016, NjW 2017, afl. 365, 500.