print

Antwerpen 7 december 2016

Internering - verblijf in afdeling tot de bescherming van de maatschappij - verblijf in paviljoen De Haven in de gevangenis van merksplas - onrechtmatige detentie - onaangepaste inrichting - artikel 5.1 e) EVRM

De betrokkene werd in 2001 geïnterneerd door de correctionele rechtbank te Brussel wegens ernstige zedenfeiten ten aanzien van minderjarigen. In 2004 werd hij vrij op proef gesteld en opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Wegens het niet naleven van de voorwaarden werd hij na acht maanden opnieuw gedetineerd in een psychiatrische afdeling van de gevangenis. Sinds 2010 verblijft hij in het paviljoen De Haven in de gevangenis van Merksplas. In 2013 heeft hij de Belgische Staat en de Vlaamse Gemeenschap gedagvaard omdat hij niet de gepaste therapeutische omkadering zou krijgen in overeenstemming met de vereisten voortvloeiend uit artikel 5.1 e) van het EVRM. Het hof van beroep te Antwerpen verklaart het hoger beroep ongegrond. Volgens het hof blijkt uit het dossier van de geïnterneerde persoon dat het paviljoen De Haven wel degelijk de behandelingssetting biedt die de geïnterneerde persoon nodig heeft.

Antwerpen 7 december 2016, NjW 2017, afl. 372, 854.