print

GwH 12 oktober 2017, nr. 2017/116

Fiscaal recht - inkomstenbelastingen en btw - plicht tot het verlenen van vrije toegang tot de beroepslokalen - verenigbaarheid met het recht op privéleven

Volgens het Grondwettelijk Hof zijn de wettelijke bepalingen in het btwwetboek en het Wetboek van de Inkomstenbelastingen die aan de belastingplichtige de plicht opleggen om vrije toegang te verlenen aan de fiscale administratie tot de beroepslokalen, in overeenstemming met de artikelen 15 en 22 van de Grondwet (recht op woning en recht op privéleven) gelezen in samenhang met artikel 8 EVRM. Het Grondwettelijk Hof komt tot deze conclusie nadat het heeft vastgesteld dat de rechter die de prejudiciële vraag had geformuleerd van een te verregaande interpretatie van de wet is uitgegaan. Volgens het Grondwettelijk Hof mogen de wettelijke bepalingen niet zo worden gelezen dat ze aan de fiscale administratie het recht verschaffen zich met dwang de toegang te verschaffen tot de beroepslokalen. Daarnaast mag de fiscale administratie niet eigenmachtig de inzage in de boeken en stukken afdwingen indien de belastingplichtige zich daartegen verzet. Het verzet van de belastingplichtige om de vrije toegang te verschaffen tot de beroepslokalen en het verzet om de boeken en stukken ter inzage voor te leggen kan enkel worden beteugeld met een administratieve boete. Daarnaast kan de fiscale administratie ook strafrechtelijk strafbare feiten melden aan het parket. Ondanks het feit dat artikel 351 WIB 1992 (omtrent de mogelijkheid tot het opleggen van een ambtshalve aanslag) niet verwijst naar een schending van artikel 319 WIB 1992 (omtrent de verplichting vrije toegang te verschaffen tot de beroepslokalen), stelt het Grondwettelijk Hof ook dat er een ambtshalve aanslag kan worden opgelegd in geval van verzet. Mede gelet op deze interpretatie van de wet, is er volgens het Grondwettelijk Hof sprake van een voldoende voorzienbare wettelijke basis, wat een voorwaarde is waaraan moet zijn voldaan om een inmenging in het privéleven mogelijk te maken conform artikels 15 en 22 Gw. juncto artikel 8 EVRM.

GwH 12 oktober 2017, nr. 2017/116, NjW 2017, afl. 372, 847.