print

Gent 4 januari 2018

Wetens en willens leugenachtige erkenning - betwisting door moeder - wilsgebrek - dwaling

Wanneer de moeder de vaderlijke erkenning betwist, moet zij aantonen dat haar toestemming in de erkenning gebrekkig was (art. 330 § 1 lid 2 BW). Gelet op de jeugdige leeftijd van de moeder, de wissel van relaties en de loze belofte van de vader in aanloop naar de erkenning, was er sprake van dwaling en kleefde er een wilsgebrek aan de toestemming, zelfs wanneer de moeder op het ogenblik van (haar toestemming tot) de erkenning wist dat de erkenner niet de verwekker was van het kind.

Gent 4 januari 2018, NjW 2018, afl. 380, 316.