print

Kh. Antwerpen (afd. Tongeren) 19 april 2017

Procedure gerechtelijke reorganisatie met het oog op een collectief akkoord - afstand van recht - artikel 57 WCO - artikel 2, c WCO - schuldvordering in de opschorting - moment ontstaan schuldvordering - artikel 35 § 2 WCO - artikel 35- 37 WCO - definitief vonnis is geen lopende overeenkomst

1. Een eventuele stilzwijgende afstand van recht moet in concreto, naar de feiten van het voorliggende geschil worden beoordeeld. De intentie om stilzwijgend afstand te doen van een recht moet worden afgeleid uit feiten die niet voor enige andere interpretatie vatbaar zijn. Een strikte interpretatie dringt zich dus op. De feitenrechter stelt onaantastbaar de feiten vast waaruit hij afstand van recht afleidt. Afstand van recht vereist in elk geval een houding waaruit men met zekerheid kan en mag afleiden dat men zijn aanspraken niet meer zal opeisen.
2. Een vordering ontstaan na het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie open verklaarde, die niet volgt uit het verzoekschrift tot opening van een gerechtelijke reorganisatie en evenmin uit een gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure WCO, is geen schuldvordering in de opschorting.
3. Artikel 35§ 2 WCO bepaalt dat de schuldenaar kan beslissen een lopende overeenkomst niet langer uit te voeren voor de duur van de opschorting met een mededeling aan zijn medecontractanten overeenkomstig artikel 26 § 2, op voorwaarde dat die niet-uitvoering noodzakelijk is om een reorganisatieplan te kunnen voorstellen aan de schuldeisers of om de overdracht onder gerechtelijk gezag mogelijk te maken. Men kan zich niet op dit artikel beroepen om een definitief vonnis, wat toch nog wat anders is dan een lopende overeenkomst, naast zich neer te leggen.

Kh. Antwerpen (afd. Tongeren) 19 april 2017, NjW 2018, afl. 382, 401.